In het kortNa elke operatie of zwaar letsel maakt je lichaam littekenweefsel aan. Dat is normaal en nodig om te herstellen. Soms wordt het te veel of zit het in de weg, en dan wordt een gewricht stijf. De beste aanpak is voorkomen: op tijd en op de juiste manier beginnen bewegen, met kinesitherapie. Blijft het gewricht toch stijf, dan zijn er stappen die je arts kan zetten, en hoe vroeger, hoe beter het resultaat. |
Wat is littekenweefsel?
Bij een operatie of letsel raakt weefsel beschadigd. Je lichaam herstelt dat met een ontstekingsreactie, waarbij nieuw bindweefsel wordt aangemaakt: littekenweefsel.
Bij sommige mensen is die reactie te sterk. Er ontstaat dan te veel stug bindweefsel in en rond het gewricht, waardoor het niet meer volledig kan buigen of strekken. Dat heet artrofibrose.[1][2] Een bijzondere vorm na een kruisbandoperatie is het cyclops-letsel: een knobbeltje littekenweefsel vooraan in de knie dat het volledig strekken blokkeert.[3]
Na welke operaties komt het voor?
| Operatie | Hoe vaak? |
|---|---|
| Knieprothese | Ongeveer 4% heeft na 12 weken nog een stijve knie (minder dan 90° beweging).[4] |
| Kruisbandoperatie | Ongeveer 4% heeft een extra ingreep nodig omdat de knie te stijf blijft. Dat was in de jaren 1990 nog 10%.[5] Een cyclops die klachten geeft: bij 2 tot 11%.[3] |
| Hechting van de schouderpezen (rotator cuff) | Ongeveer 13% heeft na de operatie een stijve schouder, al neemt dat na zes maanden af.[6] |
| Elleboog, na een breuk of operatie | De elleboog is erg gevoelig voor stijfheid.[7] |
Wie loopt meer risico?
- Na een knieprothese: vrouwen en mensen met overgewicht.[4]
- Na een kruisbandoperatie: een recente overzichtsstudie van 48 studies noemt als belangrijkste risicofactoren:[5]
- vrouw zijn;
- een kruisband die acuut hersteld werd;
- een meniscus die tegelijk werd gehecht;
- een knie die na de operatie te laat weer beweegt;
- een knie die vóór de operatie nog geen volledig bewegingsbereik heeft.
Ook bepaalde bloedverdunners en een eerdere knieoperatie verhogen het risico.[8][9] Een knie die vóór de operatie nog ontstoken is, geeft meer kans op een cyclops.[3] Twee van deze risicofactoren kan je zelf beïnvloeden: zorg dat je knie vóór de operatie al een volledig bewegingsbereik heeft, en begin na de operatie op tijd met bewegen. - Na een schouderoperatie: oudere patiënten, mensen met diabetes, en wie tegelijk een extra ingreep onder het schouderdak kreeg.[6]
Herken je dit?
Na elke operatie is een gewricht eerst stijf. Het verschil zit in hoe die stijfheid evolueert. De tabel hieronder is gebaseerd op hoe patiënten het in onze praktijk vaak beschrijven.
| Gewone stijfheid na een operatie | Stijfheid door littekenweefsel | |
|---|---|---|
| Waar en waarom? | In het gewricht zelf. Na de ingreep is het gewricht gevoeliger in bepaalde standen, en door bijvoorbeeld de zwelling haal je in de eerste weken je volledige bewegingsbereik nog niet. Na enkele weken kunnen ook spieren verkort raken, zeker bij de knie. Er zit niets fysiek in de weg. | Littekenweefsel in of rond het gewricht houdt de beweging tegen |
| Verloop | Wordt dag na dag en week na week beter | Blijft steeds in dezelfde bewegingsuitslag hangen, ook na weken oefenen |
| Tijdens het bewegen | Trekt weg en blijft beter | Trekt traag wat weg als je beweegt of opwarmt, maar komt telkens terug |
| Hoe voelt het? | Pijnlijk en gezwollen, maar het gewricht "geeft mee" | Stug aan het einde van de beweging. Geen harde blokkade, maar alsof er iets taai tegenhoudt |
| In de weg zitten | Nee | Soms voel je echt dat er iets in de weg zit, bijvoorbeeld als het littekenweefsel achter de kniepees (patellapees) zit |
Herken je de rechterkolom, en gaat je beweeglijkheid enkele weken niet meer vooruit? Bespreek het met je kinesist.
Wanneer naar je arts?
- Ga meteen naar je arts of chirurg als het gewricht rood, warm en pijnlijk is en je koorts hebt. Dat kan wijzen op een infectie.
- Maak een afspraak bij je chirurg als je beweeglijkheid enkele weken niet meer vooruitgaat, ondanks goede kinesitherapie. Je kinesist meet je beweeglijkheid bij elke behandeling en neemt dan zelf contact op met je arts.
Voorkomen: op tijd en op de juiste manier bewegen
De beste behandeling van stijfheid na een operatie is ze voorkomen.[1][2][10]
- Vroeg starten. Na een schouderoperatie gaf vroeg oefenen een betere beweeglijkheid en een drie keer kleinere kans op een stijve schouder, vergeleken met de arm een tijd volledig stilleggen in een draagband. Sterk bewijs¹ [11]
- De juiste balans. In de eerste weken combineert je kinesist:
- actief oefenen, om je spieren aan te sturen;
- passief mobiliseren, waarbij de kinesist je gewricht beweegt tot waar het veilig kan.
Te weinig bewegen geeft stijfheid, te veel te snel geeft meer pijn en zwelling. - Zwelling en pijn onder controle. Pijn en zwelling remmen je spieren af en maken bewegen moeilijker. Goede pijnstilling, koelen en gerichte oefeningen helpen om de spieren weer aan te sturen.[10][12]
- Durven bewegen. In de praktijk merken we vaak dat patiënten bang zijn om te bewegen. Dat is begrijpelijk: na een knieprothese heeft ongeveer een op drie mensen last van bewegingsangst.[13] Het helpt als je weet welke gewaarwording normaal is, zoals rekpijn aan het einde van de beweging, en wat niet. Dan durf je met vertrouwen voldoende te oefenen. Goede uitleg vóór de operatie kan bewegingsangst verminderen. Beperkt bewijs¹ [14]
- Klaar voor de operatie. Bij een geplande operatie, zoals een kruisbandoperatie, helpt het als je knie vóór de operatie rustig is en al een volledig bewegingsbereik heeft.[3][15]
Waarom is actieve oefentherapie zo effectief?
Bij actief oefenen beweeg je zelf, met je eigen spieren. Dat doet meer dan je gewricht alleen laten bewegen:
- Je spieren worden weer aangestuurd. Na een operatie remt je zenuwstelsel de spieren rond het gewricht af. Gerichte oefeningen zijn, samen met koelen, het best onderbouwd om die remming te doorbreken.[12]
- Je bloedsomloop komt op gang. Aanspannende spieren pompen bloed en vocht terug naar het hart. Na een operatie aan het been verbeterden eenvoudige enkeloefeningen de afvoer van bloed uit het been en verkleinden ze de kans op een bloedklonter.[16] Dat helpt ook om zwelling af te voeren.
- Je wint kracht en beweeglijkheid terug. Na een knieprothese verbeterde vroege kinesitherapie met oefeningen de pijn, de beweeglijkheid en de levenskwaliteit.[17] Een machine die de knie passief laat bewegen, voegt daar niets aan toe.[18]
Passief mobiliseren door je kinesist blijft nuttig om je volledige bewegingsbereik terug te winnen, maar altijd samen met actieve oefeningen.
Lees meer over postoperatieve kinesitherapie en over revalidatie na een kruisbandletsel.
Blijft het gewricht stijf? Het stappenplan
Lukt het met kinesitherapie alleen niet, dan volgt een stappenplan. Vraag eerst advies aan je kinesist. Die volgt je beweeglijkheid van week tot week op en kan terugkoppelen met de arts die je geopereerd heeft. De input van je kinesist is daarbij belangrijk. Je arts beslist welke stap nodig is. Na elke stap ga je meteen verder met kinesitherapie, om de gewonnen beweeglijkheid te behouden.
Stap 1. Kinesitherapie bijsturen
Je kinesist past de behandeling aan: meer gerichte mobilisaties, oefeningen aan het einde van de beweging en soms een spalk die het gewricht geleidelijk in de juiste stand brengt.[7]
Stap 2. Een injectie met corticosteroïden
Corticosteroïden ("cortisone") remmen de ontsteking en de aanmaak van nieuw bindweefsel. Daardoor wordt littekenweefsel zachter, en voelt de stugge stijfheid soepeler aan. Dat geeft ruimte om met je kinesist verder te winnen in beweeglijkheid.
- Bij littekens op de huid is een injectie met corticosteroïden een van de meest gebruikte en werkzame behandelingen om een dik, hard litteken zachter en vlakker te maken.[19]
- Bij littekenweefsel in een gewricht zet een recent overzichtsartikel de injectie als stap na kinesitherapie en vóór een operatie.[20] Het onderzoek is wel nog beperkt: bij een knieprothese gaf een injectie bovenop een manipulatie onder verdoving geen extra winst, maar ze was wel veilig.[21] Beperkt bewijs¹
Stap 3. Manipulatie onder verdoving
Onder verdoving beweegt de chirurg je gewricht voorzichtig verder dan het zelf kan, waardoor verklevingen loskomen.
- Na een knieprothese bereikte de knie na zo'n manipulatie in de meeste studies weer meer dan 90° beweging.[22]
- Tijdig ingrijpen loont. Wie vroeg een manipulatie kreeg, won gemiddeld bijna dubbel zoveel buiging en had minder complicaties dan wie langer wachtte.[23]
- Na een kruisbandoperatie is een manipulatie, eventueel samen met stap 4, de meest gebruikte behandeling bij stijfheid.[24]
Stap 4. Littekenweefsel operatief verwijderen
Via een kijkoperatie verwijdert de chirurg het littekenweefsel dat in de weg zit (artrolyse). Bij een cyclops-letsel wordt het knobbeltje weggenomen.[3]
- Na een kruisbandoperatie: in een Amerikaanse studie verbeterde de kniebeweging na zo'n ingreep gemiddeld van 94° naar 131°. Het tekort in strekken, gemiddeld 8°, verdween volledig. Wie binnen drie maanden geholpen werd, scoorde nadien beter op kniefunctie.[25]
- Na een cyclops: van bijna 200 mensen bij wie een cyclops werd verwijderd, zou 92% de ingreep opnieuw laten doen, met een goede kniefunctie als resultaat.[26]
- Kleinere winst bij de kruisband: bij een kruisbandoperatie gaat het vaak om enkele graden strekken of buigen. Bij een knieprothese is het verlies meestal groter, dus ook de winst: in die studies won de knie gemiddeld 30 tot 40°.[27][28]
- Het juiste moment: zo'n ingreep werkt het best als hij niet te laat gebeurt, bij voorkeur binnen 3 tot 6 maanden.[29][25]
Beperkt bewijs¹ voor stap 3 en 4: de studies vergelijken vooral de toestand voor en na de ingreep.
Populaire behandelingen, maar weinig bewijs
| Behandeling | Wat zegt het onderzoek? | Label |
|---|---|---|
| Bewegingsmachine (CPM) na een knieprothese | Dit is een passieve behandeling: de machine beweegt je knie, je spieren werken niet mee. Naast gewone kinesitherapie geeft ze geen betere beweeglijkheid, wel een langer ziekenhuisverblijf en hogere kosten. Zie ook "Waarom is actieve oefentherapie zo effectief?". | Geen bewijs¹ [18] |
| Bewegingsmachine (CPM) na een kruisbandoperatie | Kan in de eerste weken wat pijn en zwelling verminderen en het buigen helpen; de studies zijn van matige kwaliteit. | Beperkt bewijs¹ [30] |
| Het gewricht lang stilleggen "om te laten genezen" | Na een schouderoperatie gaf lang stilleggen meer stijfheid dan vroeg oefenen. | Geen bewijs dat het helpt¹ [11] |
"Geen bewijs" betekent niet dat iets schadelijk is. Voelt iets goed en is het veilig, dan mag je het gebruiken, maar het vervangt geen actieve revalidatie.
En het litteken op je huid?
Ook het litteken op je huid kan stug en hard worden. Siliconengel of siliconenpleisters maken een litteken na een operatie in studies vlakker, soepeler en minder verkleurd. Sterk bewijs¹ [31] Vraag je kinesist of arts wanneer je ermee mag starten.
Bij Magnus in uw buurt
Bij Magnus hebben we veel ervaring met revalidatie na een operatie en met stijfheid door littekenweefsel, in Leuven (Naamsepoort), Kessel-Lo en Antwerpen (Eilandje).
- We meten je beweeglijkheid bij elke behandeling, zodat we snel zien of je vooruitgang stilvalt.
- We overleggen snel binnen ons team. Verloopt je revalidatie trager dan verwacht, dan bespreken we dat meteen met collega's en zoeken we samen de beste aanpak.
- We schakelen op tijd je chirurg in. Hoe vroeger een volgende stap gezet wordt, hoe beter het resultaat.
Veelgestelde vragen
Is littekenweefsel na een operatie normaal?
Ja. Littekenweefsel hoort bij elk herstel. Het wordt pas een probleem als het te veel wordt of in de weg zit, zodat je gewricht stijf blijft.[1]
Hoe snel moet ik na mijn operatie beginnen met kinesitherapie?
Liefst de dag van de ingreep zelf of de dag erna, als je chirurg dat toelaat. Maak je eerste afspraak daarom al vóór de ingreep. Vroeg en goed gedoseerd bewegen is de beste bescherming tegen stijfheid.[1][11][17]
Kan littekenweefsel vanzelf verdwijnen?
Littekenweefsel wordt met de tijd en met beweging soepeler. Blijft je beweeglijkheid enkele weken stilstaan, dan is het tijd om met je arts te overleggen. Hoe vroeger een behandeling start, hoe beter het resultaat.[23][29]
Doet een manipulatie onder verdoving pijn?
Tijdens de ingreep ben je verdoofd. Daarna kan het gewricht een tijd gevoelig zijn. Meteen verder oefenen is belangrijk om de gewonnen beweeglijkheid te behouden.
Wordt mijn kinesitherapie terugbetaald?
Ja, met een voorschrift. Revalidatie na een operatie valt vaak onder de "Fa-pathologie", waarvoor meer sessies terugbetaald worden. Lees meer over terugbetaling
Nagelezen door Magnus Kinesitherapie. Laatst bijgewerkt: 20 oktober 2026.
¹ Wat betekenen de labels? Sterk bewijs: meerdere goede studies of overzichtsstudies komen tot hetzelfde besluit. Beperkt bewijs: er zijn weinig of kleine studies, of de resultaten spreken elkaar tegen; het kan helpen, maar zeker is het niet. Geen bewijs: goede studies vinden geen effect dat groter is dan een placebo, of er zijn nog geen goede studies. Geen bewijs betekent niet dat iets schadelijk is. We baseren ons op overzichtsstudies en richtlijnen die in 2019 of later verschenen.
Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen onderzoek door een arts of kinesist.
Bronnen
- Lee DR, et al. Arthrofibrosis nightmares: prevention and management strategies. Sports Med Arthrosc Rev. 2022. doi:10.1097/JSA.0000000000000324 (PMID 35113841) [overzichtsartikel]
- Thompson R, et al. Arthrofibrosis after total knee arthroplasty: pathophysiology, diagnosis, and management. Orthop Clin North Am. 2019. doi:10.1016/j.ocl.2019.02.005 (PMID 31084828) [overzichtsartikel]
- Noailles T, et al. Incidence and risk factors for cyclops syndrome after anterior cruciate ligament reconstruction: a systematic literature review. Orthop Traumatol Surg Res. 2019. doi:10.1016/j.otsr.2019.07.007 (PMID 31405748) [overzichtsstudie]
- Tibbo ME, et al. Acquired idiopathic stiffness after total knee arthroplasty: a systematic review and meta-analysis. J Bone Joint Surg Am. 2019. doi:10.2106/JBJS.18.01217 (PMID 31318813) [meta-analyse]
- Federico AA, et al. Incidence and risk factors of loss of motion following anterior cruciate ligament reconstruction: a systematic review and meta-analysis. J ISAKOS. 2026. doi:10.1016/j.jisako.2025.101036 (PMID 41242397) [meta-analyse]
- Zhan H, et al. Risk factors for shoulder stiffness after rotator cuff repair: a systematic review and meta-analysis. Am J Sports Med. 2026. doi:10.1177/03635465251408855 (PMID 41731320) [meta-analyse]
- Siemensma MF, et al. Management of the stiff elbow: a literature review. EFORT Open Rev. 2023. doi:10.1530/EOR-23-0039 (PMID 37158372) [overzichtsartikel]
- Hopper H, et al. Female sex, older age, earlier surgery, anticoagulant use, and meniscal repair are associated with increased risk of manipulation under anesthesia or lysis of adhesions for arthrofibrosis after ACL reconstruction: a systematic review. Arthroscopy. 2024. doi:10.1016/j.arthro.2023.11.006 (PMID 38000486) [overzichtsstudie]
- Rahardja R, et al. Risk factors for reoperation for arthrofibrosis following primary anterior cruciate ligament reconstruction. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2024. doi:10.1002/ksa.12073 (PMID 38341628) [cohortstudie]
- Rodríguez-Merchán EC. The stiff total knee arthroplasty: causes, treatment modalities and results. EFORT Open Rev. 2019. doi:10.1302/2058-5241.4.180105 (PMID 31754466) [overzichtsartikel]
- Hao B, et al. Effects of early exercise and immobilization after arthroscopic rotator cuff repair surgery: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. BMC Musculoskelet Disord. 2025. doi:10.1186/s12891-025-08500-7 (PMID 40082920) [meta-analyse]
- Sonnery-Cottet B, et al. Prevention of knee stiffness following ligament reconstruction: understanding the role of arthrogenic muscle inhibition (AMI). Orthop Traumatol Surg Res. 2024. doi:10.1016/j.otsr.2023.103784 (PMID 38056774) [expertopinie]
- Du X, et al. Prevalence and influencing factors of kinesiophobia after total knee arthroplasty: a systematic review and meta-analysis. J Orthop Surg Res. 2025. doi:10.1186/s13018-025-05752-w (PMID 40170179) [meta-analyse]
- Salazar-Méndez J, et al. Efficacy of preoperative pain neuroscience education in physical therapy on clinical outcomes in patients undergoing arthroplasty: a systematic review of randomized clinical trials. J Bodyw Mov Ther. 2024. doi:10.1016/j.jbmt.2024.04.007 (PMID 39593417) [overzichtsstudie]
- Sonnery-Cottet B, et al. Incidence of and risk factors for arthrogenic muscle inhibition in acute anterior cruciate ligament injuries: a cross-sectional study. Am J Sports Med. 2024. doi:10.1177/03635465231209987 (PMID 38164669) [dwarsdoorsnedestudie]
- Liu X, et al. Effect of postoperative ankle pump exercises on the prevention of deep vein thrombosis and venous hemodynamics following lower limb orthopedic surgery: a meta-analysis of randomized controlled trials. J Orthop Surg Res. 2025. doi:10.1186/s13018-025-06236-7 (PMID 41024203) [meta-analyse]
- Aftab S, et al. Early physiotherapy for post-total knee arthroplasty recovery: a systematic review of randomized controlled trials on quality of life, pain, and range of motion outcomes. Musculoskeletal Care. 2025. doi:10.1002/msc.70158 (PMID 40635148) [overzichtsstudie]
- Jia Z, et al. Efficacy and safety of continuous passive motion and physical therapy in recovery from knee arthroplasty: a systematic review and meta-analysis. J Orthop Surg Res. 2024. doi:10.1186/s13018-024-04536-y (PMID 38218933) [meta-analyse]
- Liu R, et al. Efficacy and safety of verapamil vs triamcinolone acetonide for keloids and hypertrophic scars: a systematic review and meta-analysis. Dermatol Ther. 2020. doi:10.1111/dth.13564 (PMID 32400925) [meta-analyse]
- Lahhoud M, et al. Postoperative stiffness after upper limb surgery: prevention and management. Orthop Rev (Pavia). 2026. doi:10.52965/001c.161817 (PMID 42186670) [overzichtsartikel]
- Ruberto RA, et al. The effects of perioperative intra-articular corticosteroids during manipulation under anesthesia after total knee arthroplasty: a retrospective study. J Arthroplasty. 2026. doi:10.1016/j.arth.2026.01.048 (PMID 41570868) [cohortstudie]
- Haffar A, et al. Treatment of arthrofibrosis and stiffness after total knee arthroplasty: an updated review of the literature. Int Orthop. 2022. doi:10.1007/s00264-022-05344-x (PMID 35301559) [overzichtsstudie]
- Akhtar M, et al. Outcomes of early versus delayed manipulation under anesthesia for stiffness following total knee arthroplasty: a systematic review and meta-analysis. J Arthroplasty. 2024. doi:10.1016/j.arth.2024.05.059 (PMID 38797451) [meta-analyse]
- Reddy R, et al. Manipulation under anesthesia and lysis of adhesions are the most commonly reported treatments for arthrofibrosis of the knee after arthroscopy or ACL reconstruction in both pediatric and adult patients. Arthrosc Sports Med Rehabil. 2024. doi:10.1016/j.asmr.2024.100896 (PMID 38469123) [overzichtsstudie]
- Lamba A, et al. Arthroscopic lysis of adhesions for arthrofibrosis after anterior cruciate ligament reconstruction. Am J Sports Med. 2023. doi:10.1177/03635465231195366 (PMID 37724743) [cohortstudie]
- Tarchichi J, et al. Good satisfaction and functional outcomes after arthroscopic debridement of Cyclops syndrome post-anterior cruciate ligament reconstruction: analysis of 197 patients of the MERIscience cohort. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2025. doi:10.1002/ksa.70188 (PMID 41235440) [cohortstudie]
- Fackler N, et al. Outcomes of arthroscopic lysis of adhesions for the treatment of postoperative knee arthrofibrosis: a systematic review. Orthop J Sports Med. 2022. doi:10.1177/23259671221124911 (PMID 36186712) [overzichtsstudie]
- Cohen JS, et al. Efficacy of arthroscopic arthrolysis in the treatment of arthrofibrosis: a systematic review. J Knee Surg. 2021. doi:10.1055/s-0040-1709182 (PMID 32356288) [overzichtsstudie]
- Vaish A, et al. Etiopathology and management of stiff knees: a current concept review. Indian J Orthop. 2021. doi:10.1007/s43465-020-00287-0 (PMID 33927806) [overzichtsartikel]
- Jaspers T, et al. Continuous passive motion does improve range of motion, pain and swelling after ACL reconstruction: a systematic review and meta-analysis. Z Orthop Unfall. 2019. doi:10.1055/a-0710-5127 (PMID 30321902) [meta-analyse]
- Wang F, et al. Efficacy of topical silicone gel in scar management: a systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. Int Wound J. 2020. doi:10.1111/iwj.13337 (PMID 32119763) [meta-analyse]
Aaron
Jarne
Tommaso
Lotte
Michèle
Julia
Ruben
Ilias
Thorin
Lisa