In het kort

Een peesontsteking, of , is een pijnlijke pees die minder belasting verdraagt. Ze ontstaat meestal doordat je de pees plots meer belast dan ze gewend is.[3] Volledig rusten helpt niet: wat het best werkt, is de pees stap voor stap opnieuw sterker maken met oefeningen, begeleid door je kinesist.[3][12] Herstel vraagt geduld en duurt meestal enkele maanden.

Wat is een peesontsteking?

Een pees verbindt een spier met een bot. Ze brengt de kracht van je spier over op je bot en werkt daarbij als een veer: ze slaat energie op en geeft die weer vrij, bijvoorbeeld als je loopt of springt.

In de volksmond heet een pijnlijke pees een "peesontsteking", of in vaktaal tendinitis. Dat woord klopt maar half. In een pijnlijke pees zien onderzoekers vooral vezels die door elkaar liggen, meer bloedvaatjes en zenuwtjes, en wel wat ontstekingscellen en ontstekingsstoffen. Een klassieke ontsteking, zoals bij een infectie, is het niet.[2] Daarom gebruiken experts liever het woord tendinopathie: een verzamelnaam voor aanhoudende peespijn met minder functie bij belasting.[1] Op deze pagina gebruiken we beide woorden.

Waar komt het vaak voor?[2]

Hoe ontstaat een peesontsteking, en wie loopt risico?

Pezen reageren op hoe zwaar je ze gebruikt. Verhoog je de belasting geleidelijk, dan wordt de pees sterker. Belast je ze in korte tijd veel meer dan ze gewend is, dan kan ze pijnlijk worden.[3] Dat gebeurt bij sporters, bijvoorbeeld als je plots meer of intensiever traint, maar ook bij wie niet sport: een verhuis, een klus in huis of meer uren aan hetzelfde werk.

Naast die plotse verandering in belasting zijn er factoren die de kans op peesklachten verhogen:

FactorWat zegt het onderzoek?
LeeftijdSchouderpeesklachten komen meer voor boven 50 jaar.[5] Achillespeesklachten komen meer voor boven 45 jaar.[9]
Diabetes, hoge cholesterol en overgewichtHangen samen met meer peesklachten.[5][6] Diabetes verhoogt bijvoorbeeld duidelijk de kans op achillespeesklachten.[6]
Eerdere peesklachten of een breuk in het beenVerhogen de kans op achillespeesklachten.[4]
Minder kuitkrachtHangt samen met meer achillespeesklachten.[4]
Werken met je armen boven schouderhoogteVerhoogt de kans op schouderpeesklachten.[5]
Bepaalde antibiotica ()Verhogen de kans op peesklachten en een peesscheur, vooral boven 60 jaar en samen met cortisone.[7] Het risico verschilt per middel: het hoogst bij ofloxacine.[8]
AlcoholHangt samen met meer achillespeesklachten.[4]

Het onderzoek naar risicofactoren is nog beperkt: veel studies zijn klein of hebben zwakke punten.[4] Opvallend: overgewicht, de vorm van je voet en hoe actief je bent, hingen in een overzichtsstudie niet samen met achillespeesklachten.[4]

Neem je een antibioticum en krijg je peespijn? Neem contact op met je huisarts. Stop nooit zelf met een medicijn.

Herken je dit?

  • De pijn zit op een duidelijke plek, op of vlak bij de pees.
  • De klachten zijn geleidelijk begonnen, niet door één val of klap.
  • Het is vaak erger de dag na een zware inspanning.
  • Bij het opstaan of als je begint te bewegen, voelt de pees stijf. Dat trekt wat weg als je warm bent, maar komt nadien terug.
  • Springen, lopen, iets heffen of de arm heffen (afhankelijk van de pees) wordt pijnlijker naarmate je de pees meer belast.

Wanneer meteen naar je huisarts of spoed?

Je kinesist herkent signalen die niet passen bij een gewone peesontsteking en verwijst je dan door. Ga zelf meteen naar je huisarts als:

  • je plots een knal of een trap tegen je kuit of arm voelde en je niet meer goed kan steunen of heffen. Dat kan wijzen op een peesscheur: laat dit dezelfde dag nakijken, buiten de uren via de huisartsenwachtpost of spoed;
  • de plek rood, warm en gezwollen is en je je ziek voelt of koorts hebt;
  • je peespijn kreeg kort nadat je een antibioticum begon;
  • er meerdere gewrichten of pezen tegelijk pijnlijk, stijf of gezwollen zijn, zeker 's ochtends;
  • de pijn nieuw en hevig is, of steeds erger wordt ondanks minder belasten.

Heb ik een voorschrift nodig?

Vanaf 1 januari 2027 kan je voor veel klachten zonder voorschrift bij de kinesist starten. Lees wat directe toegang betekent en wat het voor je terugbetaling betekent.

Hoe pakt je kinesist het aan bij Magnus?

Een peesontsteking is vooral een belastingsprobleem. Daarom zoekt je kinesist eerst uit waar de overbelasting vandaan komt. Vaak is dat een verandering in training of werk, maar het kan ook in je lichaam zelf zitten. Een stijve enkel kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je achillespees minder goed werkt, waardoor de pees onder je knie of aan je heup meer moet opvangen.

Bij je eerste afspraak, die een uur duurt, bekijkt je kinesist:

  • je verhaal en je risicofactoren (zie de tabel hierboven);
  • hoeveel en hoe zwaar je de pees belast: in je sport, je werk en je vrije tijd, en hoeveel rust je ertussen neemt. Waar het kan, meten we dat met je sporthorloge of een app;
  • je kracht en beweeglijkheid, op de plek zelf en in de rest van je been of arm. We meten je kracht met een , een toestel waarvan de metingen in wetenschappelijk onderzoek betrouwbaar en geldig bleken.[28] Lees waarom we dat in elke praktijk doen;
  • hoe je beweegt: de controle over je spieren tijdens bijvoorbeeld een sprong of een squat.

Een echo of scan is meestal niet nodig: een peesontsteking herkent een kinesist of arts vooral aan je klachten en het onderzoek.[3]

Wat werkt? (behandeling met bewijs)

Onderzoek bekijkt soms één techniek apart, en soms een combinatie van behandelingen. Daarom tonen we beide apart.

Losse technieken: wat zegt het onderzoek over één behandeling apart?

BehandelingWat zegt het onderzoek?Bewijs
Oefentherapie (de pees gericht en stap voor stap zwaarder belasten)De eerste keuze bij peesklachten. Geen enkele extra behandeling, alleen of bovenop oefeningen, deed het in een groot overzicht duidelijk beter dan oefeningen alleen.[12] waren in de meeste overzichtsstudies het meest consequent werkzaam.[11]Sterk bewijs¹
Zwaar genoeg trainenOefenprogramma's met extra gewicht werkten gemiddeld beter dan oefeningen met enkel je lichaamsgewicht. Niet elke dag trainen werkte beter dan dagelijks of meerdere keren per dag: je pees heeft herstel nodig.[13]Beperkt bewijs¹
(aanspannen zonder te bewegen)Niet beter dan gewone krachtoefeningen, en ze geven geen directe pijnstilling.[14][15] Ze kunnen wel een rustige start zijn als bewegen nog te pijnlijk is.[14]Beperkt bewijs¹
Oefeningen bij een tenniselleboogWerken beter dan passieve behandelingen, maar het verschil is klein.[16]Beperkt bewijs¹
Oefeningen bij peesklachten aan de heupGeven een betere functie dan weinig of niets doen, en vaker succes dan een cortisone-injectie.[17]Beperkt bewijs¹
(BFR)Bij een pijnlijke patellapees gaf trainen met lichte gewichten en een band rond het bovenbeen evenveel verbetering als zware, trage krachttraining. Het gaat om één kleine studie.[19] Handig als zware gewichten nog niet lukken.Beperkt bewijs¹
Gemengde resultaten. Gemiddeld niet beter dan andere behandelingen, mogelijk wel nuttig bij pezen in het been en bij .[20] Bovenop oefeningen gaf het bij de patellapees op korte termijn geen extra winst.[12]Beperkt bewijs¹
bovenop oefeningenVerminderde de pijn in een kleine overzichtsstudie wat meer dan oefeningen alleen, maar de studies spreken elkaar sterk tegen.[24] Lees meer over dry needling bij Magnus.Beperkt bewijs¹
Volledig rustenEen pees heeft belasting nodig om sterker te worden. Een geleidelijk opgebouwd oefenprogramma werkt beter dan volledige rust.[3][27]Geen bewijs dat het helpt¹

Gecombineerde aanpak (multimodaal): wat zegt het onderzoek over een combinatie?

BehandelingWat zegt het onderzoek?Bewijs
Uitleg, belasting bijsturen en oefeningen samenBij een pijnlijke patellapees was een aanpak waarbij de belasting gemeten en bijgestuurd werd, samen met oefentherapie, doeltreffend op korte en middellange termijn.[18] Ook bij peesklachten aan de heup staan uitleg, belasting bijsturen en oefeningen samen voorop.[27]Beperkt bewijs¹

Bij Magnus combineren we dus wat werkt: uitleg over je pees, de belasting in je sport en werk bijsturen, en een oefenprogramma dat stap voor stap zwaarder wordt. We meten je vooruitgang en passen het programma aan.

Revalidatie in 4 fasen

Je revalidatie verloopt meestal in vier fasen. Je gaat pas naar de volgende fase als de pees de vorige goed verdraagt, niet op een vaste datum.

Fase 1. De pees rustig belasten

De pees krijgt opnieuw belasting die ze goed verdraagt. Dat kan met , bijvoorbeeld een aangehouden squat tegen de muur bij een pijnlijke patellapees, of al met rustige krachtoefeningen. Je kinesist helpt je om de belasting in je dagelijks leven en sport tijdelijk aan te passen, zonder volledig te stoppen.

Fase 2. Zwaar en traag krachttrainen

Nu ligt de focus op kracht, met : oefeningen die zwaar genoeg zijn en traag worden uitgevoerd, zoals trage uitvalspassen met gewichten. Oefenprogramma's met voldoende extra gewicht werken gemiddeld beter dan oefeningen met enkel je lichaamsgewicht.[13]

Fase 3. Snel en veerkrachtig belasten

De pees leert opnieuw energie opslaan en vrijgeven, zoals een veer. Je kinesist voegt sprongen, huppels en loopvormen toe. Dat is voor de pees de zwaarste belasting, dus dit bouwen we voorzichtig op.

Fase 4. Terug naar je sport of werk

De belasting wordt steeds specifieker voor wat jij nodig hebt. Bij een voetballer of basketballer zijn sprongen en sprints belangrijk; bij een loper, triatleet of zwemmer vooral herhaalde belasting over een lange duur. Er bestaat geen standaardschema: je programma wordt op maat gemaakt.

Hoeveel pijn mag het doen tijdens het oefenen?

Een beetje pijn tijdens het oefenen is meestal geen probleem, tot ongeveer 3 à 4 op 10. Belangrijk is hoe de pees de volgende ochtend aanvoelt: is de pijn of stijfheid dan niet toegenomen, dan verdraagt je pees de belasting. Is ze wel erger, dan passen we het programma aan. Je kinesist leert je dat zelf op te volgen.

Populaire behandelingen, maar weinig bewijs

BehandelingWat zegt het onderzoek?Bewijs
Kan de pijn op korte termijn wat verminderen, vooral samen met kinesitherapie. Na enkele weken tot maanden is ze niet beter dan kinesitherapie alleen.[21] Experts raden ze af, omdat de klachten nadien vaker terugkomen en de kans op een peesscheur kan stijgen.[22]Beperkt bewijs¹, alleen op korte termijn
-injectie (uit je eigen bloed)Bij een pijnlijke achillespees deed een PRP-injectie het in een grote studie niet beter dan een nepinjectie.[23] Ook in een overzicht van overzichtsstudies was het bewijs niet overtuigend.[11]Geen bewijs¹
Volledig rusten of de pees lang ontzienZie hierboven: zonder belasting bouwt de pees geen kracht op.[3]Geen bewijs dat het helpt¹

Geen bewijs betekent niet dat iets schadelijk is of bij niemand helpt. Het betekent dat we het niet zeker weten. Een injectie bespreek je met je huisarts of specialist; je kinesist kan je daarbij advies meegeven.

Hoe lang duurt herstel?

Peesklachten herstellen traag. Een pees past zich langzamer aan dan een spier, dus reken op enkele maanden. In een recente studie liep het oefenprogramma bijvoorbeeld 12 weken, met opvolging tot een jaar later.[19]

  • Na een jaar had ongeveer een op drie lopers met nieuwe achillespeesklachten nog last. Wie vóór de klachten meer liep, had minder kans op aanhoudende klachten.[26]
  • Na tien jaar had ongeveer een op vijf mensen met achillespeesklachten nog klachten, al waren ze er bij de meesten duidelijk op vooruitgegaan.[25]

Dat klinkt lang, maar het toont vooral dat een goed opgebouwd programma, dat je ook na de behandeling volhoudt, het verschil maakt. Bij de start leggen we samen doelen vast en evalueren we ze regelmatig. Gaat het na enkele weken niet vooruit, of worden je klachten erger, dan bespreken we de volgende stap met je huisarts.

Wat kan je zelf doen?

  • Blijf bewegen, maar pas aan. Verminder vooral wat de pees het zwaarst belast (springen, sprinten, heffen boven je hoofd), en houd de rest zo veel mogelijk aan.
  • Bouw geleidelijk op. Verhoog je training of werk niet plots. Een grote, plotse verandering is de belangrijkste oorzaak van peesklachten.[3]
  • Doe je oefeningen trouw, ook als de pijn al minder is. Zware oefeningen hoeven niet elke dag: om de dag of een paar keer per week werkt goed.[13]
  • Let op je algemene gezondheid. Diabetes, hoge cholesterol en overgewicht hangen samen met meer peesklachten.[6] Bespreek dit met je huisarts.

Bij Magnus in je buurt

Leuven, Naamsepoort
Erasme Ruelensvest 11, 3000 Leuven. Open van 8u tot 20u.

Kessel-Lo
Platte Lostraat 278, 3010 Kessel-Lo. Open van 8u tot 20u.

Antwerpen, Eilandje
Tunnelplaats 1, 2000 Antwerpen. Open van 8u tot 20u.

Jouw kinesist voor peesklachten

Boeken doe je met de gouden knop “Maak een afspraak” rechtsboven.

Leuven
Alle kinesisten behandelen dit.
Kessel-Lo
Alle kinesisten behandelen dit.
Antwerpen
Alle kinesisten behandelen dit.

Ben je (zeer) actief in sport of wil je terug naar competitie?

Deze kinesisten hebben extra ervaring met sportspecifieke revalidatie en de terugkeer naar je sport. Lees ook meer over sportkinesitherapie.

Kessel-Lo
Antwerpen

Veelgestelde vragen

Moet ik rusten of bewegen bij een peesontsteking?
Bewegen, maar aangepast. Als je een pees helemaal spaart, wint ze geen kracht bij. Een oefenprogramma dat de pees stap voor stap zwaarder belast, werkt het best.[3][12] Je kinesist helpt je om te bepalen wat je wel en niet best doet.

Hoe lang duurt een peesontsteking?
Meestal enkele maanden. Een pees past zich traag aan. Hoe beter je de oefeningen volhoudt, hoe groter de kans dat je klachten wegblijven.[25][26]

Mag ik blijven sporten met een peesontsteking?
Vaak wel, in aangepaste vorm. Je kinesist bekijkt welke belasting je pees nu verdraagt en bouwt van daaruit op. Pijn die de volgende ochtend niet erger is, is meestal geen probleem.

Heb ik een echo of scan nodig?
Meestal niet. Een peesontsteking wordt vooral herkend aan je klachten en het onderzoek. Een scan is alleen in bijzondere gevallen nodig.[3] Twijfelt je kinesist, dan overlegt die met je huisarts.

Kan een antibioticum peesklachten geven?
Ja. Bepaalde antibiotica (fluoroquinolonen) verhogen de kans op peesklachten en een peesscheur, vooral bij mensen ouder dan 60 en bij gebruik samen met cortisone.[7][8] Krijg je peespijn tijdens of kort na zo'n kuur, neem dan contact op met je huisarts. Stop nooit zelf met een medicijn.

Helpt een cortisone-injectie?
Op korte termijn soms wat, maar op langere termijn niet beter dan kinesitherapie, en de klachten kunnen vaker terugkomen.[21][22] Bespreek een injectie altijd met je huisarts of specialist.

Heb ik een voorschrift nodig?
Vanaf 1 januari 2027 kan je voor veel klachten zonder voorschrift bij de kinesist starten. Lees wat directe toegang betekent.

Nagelezen door Magnus Kinesitherapie. Laatst bijgewerkt: 2 november 2026.

¹ Wat betekenen de labels? Sterk bewijs: meerdere goede studies of overzichtsstudies komen tot hetzelfde besluit. Beperkt bewijs: er zijn weinig of kleine studies, of de resultaten spreken elkaar tegen; het kan helpen, maar zeker is het niet. Geen bewijs: goede studies vinden geen effect dat groter is dan een placebo, of er zijn nog geen goede studies. Geen bewijs betekent niet dat iets schadelijk is. We baseren ons op overzichtsstudies en richtlijnen die in 2019 of later verschenen.

Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt geen onderzoek door een arts of kinesist.

Woordenlijst

Moeilijke woorden op deze pagina, in eenvoudige taal uitgelegd. De uitleg is in eigen woorden geschreven op basis van de vermelde bron.

Achillespees

De dikke pees achteraan je enkel, die je kuitspieren met je hielbeen verbindt. Je gebruikt ze bij elke stap, sprong en sprint.

Bron: Chimenti RL, et al. (2024)

Cortisone-injectie (corticosteroïdinjectie)

Een spuit met een sterk ontstekingsremmend middel op of rond de pijnlijke plek. Het effect op de pijn is tijdelijk.

Bron: Lazzarini SG, et al. (2025)

Dry needling

Een behandeling waarbij de kinesist een heel dunne naald in een gespannen spier of pijnlijk weefsel prikt.

Bron: Tayyab M, et al. (2025)

Excentrische oefeningen

Oefeningen waarbij de spier aanspant terwijl ze langer wordt, bijvoorbeeld langzaam je hiel laten zakken vanaf een trede.

Bron: Irby A, et al. (2020)

Fluoroquinolonen

Een groep antibiotica, zoals ciprofloxacine, levofloxacine en ofloxacine. Een gekende bijwerking is schade aan pezen.

Bron: Alves C, et al. (2019), Sangiorgio A, et al. (2024)

Gluteale tendinopathie

Peesklachten van de bilspieren aan de zijkant van je heup. Je voelt het vaak bij liggen op die zij, traplopen of lang staan.

Bron: Cordeiro TTP, et al. (2024)

Hand-held dynamometer

Een klein toestel dat je kinesist tegen je arm of been houdt terwijl je zo hard mogelijk duwt. Het meet je kracht in cijfers, zodat we je vooruitgang objectief kunnen opvolgen.

Bron: Espino RVS, et al. (2026)

Heavy slow resistance

Zware, trage krachttraining. Je doet een oefening met een gewicht dat zwaar genoeg is, en voert ze traag en gecontroleerd uit.

Bron: Hjortshoej MH, et al. (2025)

Isometrische oefeningen

Oefeningen waarbij je een spier aanspant zonder te bewegen, bijvoorbeeld een tijd in een halve squat tegen de muur blijven zitten.

Bron: Clifford C, et al. (2020)

Kalk in de pees (calcificerende tendinopathie)

Kalkafzetting in een pees, meestal in de schouder.

Bron: Elgendy MH, et al. (2024)

PRP (plaatjesrijk plasma)

Een vloeistof die uit je eigen bloed wordt gemaakt en veel bloedplaatjes bevat. Ze wordt soms in een pijnlijke pees gespoten.

Bron: Kearney RS, et al. (2021)

Rotator cuff

Een groep van vier spieren en pezen rond je schoudergewricht. Ze houden je bovenarm in de kom en helpen je arm draaien en heffen.

Bron: Leong HT, et al. (2019)

Schokgolftherapie

Een toestel geeft korte, krachtige drukgolven door je huid naar de pijnlijke pees.

Bron: Elgendy MH, et al. (2024)

Tendinopathie

De verzamelnaam die experts gebruiken voor aanhoudende pijn in een pees, met minder functie als je ze belast.

Bron: Scott A, et al. (2019)

Training met bloedstroombeperking (BFR)

Een band rond je bovenarm of bovenbeen remt de bloedstroom wat af terwijl je met lichte gewichten traint. Zo bouw je toch kracht op, ook als zware gewichten nog niet lukken.

Bron: Hjortshoej MH, et al. (2025)

Bronnen

  1. Scott A, et al. ICON 2019: International Scientific Tendinopathy Symposium Consensus: clinical terminology. Br J Sports Med. 2020. doi:10.1136/bjsports-2019-100885 (PMID 31399426) [consensus van experts]
  2. Millar NL, et al. Tendinopathy. Nat Rev Dis Primers. 2021. doi:10.1038/s41572-020-00234-1 (PMID 33414454) [overzichtsartikel]
  3. Cardoso TB, et al. Current trends in tendinopathy management. Best Pract Res Clin Rheumatol. 2019. doi:10.1016/j.berh.2019.02.001 (PMID 31431267) [overzichtsartikel]
  4. van der Vlist AC, et al. Clinical risk factors for Achilles tendinopathy: a systematic review. Br J Sports Med. 2019. doi:10.1136/bjsports-2018-099991 (PMID 30718234) [overzichtsstudie]
  5. Leong HT, et al. Risk factors for rotator cuff tendinopathy: a systematic review and meta-analysis. J Rehabil Med. 2019. doi:10.2340/16501977-2598 (PMID 31489438) [meta-analyse]
  6. De Luca P, et al. The interplay between metabolic disorders and tendinopathies: systematic review and meta-analysis. J Exp Orthop. 2025. doi:10.1002/jeo2.70429 (PMID 40937086) [meta-analyse]
  7. Alves C, et al. Fluoroquinolones and the risk of tendon injury: a systematic review and meta-analysis. Eur J Clin Pharmacol. 2019. doi:10.1007/s00228-019-02713-1 (PMID 31270563) [meta-analyse]
  8. Sangiorgio A, et al. Achilles tendon complications of fluoroquinolone treatment: a molecule-stratified systematic review and meta-analysis. EFORT Open Rev. 2024. doi:10.1530/EOR-23-0181 (PMID 38949172) [meta-analyse]
  9. Wang Y, et al. Prevalence of Achilles tendinopathy in physical exercise: a systematic review and meta-analysis. Sports Med Health Sci. 2022. doi:10.1016/j.smhs.2022.03.003 (PMID 36090915) [meta-analyse]
  10. Chimenti RL, et al. Achilles pain, stiffness, and muscle power deficits: midportion Achilles tendinopathy revision – 2024. J Orthop Sports Phys Ther. 2024. doi:10.2519/jospt.2024.0302 (PMID 39611662) [richtlijn]
  11. Irby A, et al. Clinical management of tendinopathy: a systematic review of systematic reviews evaluating the effectiveness of tendinopathy treatments. Scand J Med Sci Sports. 2020. doi:10.1111/sms.13734 (PMID 32484976) [overzicht van overzichtsstudies]
  12. Challoumas D, et al. Effectiveness of exercise treatments with or without adjuncts for common lower limb tendinopathies: a living systematic review and network meta-analysis. Sports Med Open. 2023. doi:10.1186/s40798-023-00616-1 (PMID 37553459) [netwerk-meta-analyse]
  13. Pavlova AV, et al. Effect of resistance exercise dose components for tendinopathy management: a systematic review with meta-analysis. Br J Sports Med. 2023. doi:10.1136/bjsports-2022-105754 (PMID 37169370) [meta-analyse]
  14. Clifford C, et al. Effectiveness of isometric exercise in the management of tendinopathy: a systematic review and meta-analysis of randomised trials. BMJ Open Sport Exerc Med. 2020. doi:10.1136/bmjsem-2020-000760 (PMID 32818059) [meta-analyse]
  15. van der Vlist AC, et al. Isometric exercises do not provide immediate pain relief in Achilles tendinopathy: a quasi-randomized clinical trial. Scand J Med Sci Sports. 2020. doi:10.1111/sms.13728 (PMID 32474979) [quasi-gerandomiseerde studie]
  16. Karanasios S, et al. Exercise interventions in lateral elbow tendinopathy have better outcomes than passive interventions, but the effects are small: a systematic review and meta-analysis of 2123 subjects in 30 trials. Br J Sports Med. 2021. doi:10.1136/bjsports-2020-102525 (PMID 33148599) [meta-analyse]
  17. Cordeiro TTP, et al. Effects of exercise-based interventions on gluteal tendinopathy: systematic review with meta-analysis. Sci Rep. 2024. doi:10.1038/s41598-024-53283-x (PMID 38336959) [meta-analyse]
  18. Núñez-Martínez P, Hernández-Guillen D. Management of patellar tendinopathy through monitoring, load control, and therapeutic exercise: a systematic review. J Sport Rehabil. 2022. doi:10.1123/jsr.2021-0117 (PMID 34942594) [overzichtsstudie]
  19. Hjortshoej MH, et al. Effect of low-load blood-flow restricted training versus heavy slow resistance training in unilateral patellar tendinopathy: a randomized clinical trial. Scand J Med Sci Sports. 2025. doi:10.1111/sms.70186 (PMID 41452311) [gerandomiseerde studie]
  20. Elgendy MH, et al. Effectiveness of extracorporeal shockwave therapy in treatment of upper and lower limb tendinopathies: a systematic review and meta-analysis. Physiother Res Int. 2024. doi:10.1002/pri.2042 (PMID 37493215) [meta-analyse]
  21. Lazzarini SG, et al. Effectiveness of additional or standalone corticosteroid injections compared to physical therapist interventions in rotator cuff tendinopathy: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Phys Ther. 2025. doi:10.1093/ptj/pzaf006 (PMID 39836429) [meta-analyse]
  22. Visser TSS, et al. Terminating corticosteroid injection in tendinopathy? Hasta la vista, baby. J Orthop Sports Phys Ther. 2024. doi:10.2519/jospt.2023.11875 (PMID 37506303) [expertopinie]
  23. Kearney RS, et al. Effect of platelet-rich plasma injection vs sham injection on tendon dysfunction in patients with chronic midportion Achilles tendinopathy: a randomized clinical trial. JAMA. 2021. doi:10.1001/jama.2021.6986 (PMID 34255009) [gerandomiseerde studie]
  24. Tayyab M, et al. Effectiveness of dry needling combined with exercise versus exercise alone in various tendinopathies: a systematic review and meta-analysis. Cureus. 2025. doi:10.7759/cureus.92833 (PMID 41127782) [meta-analyse]
  25. Lagas IF, et al. One fifth of patients with Achilles tendinopathy have symptoms after 10 years: a prospective cohort study. J Sports Sci. 2022. doi:10.1080/02640414.2022.2163537 (PMID 36617848) [cohortstudie]
  26. Lagas IF, et al. How many runners with new-onset Achilles tendinopathy develop persisting symptoms? A large prospective cohort study. Scand J Med Sci Sports. 2020. doi:10.1111/sms.13760 (PMID 32615645) [cohortstudie]
  27. Grimaldi A, et al. Gluteal tendinopathy masterclass: refuting the myths and engaging with the evidence. Musculoskelet Sci Pract. 2025. doi:10.1016/j.msksp.2025.103253 (PMID 39854929) [overzichtsartikel]
  28. Espino RVS, et al. Validity and reliability of hand-held dynamometers in hip, knee, and ankle strength testing in healthy adults: a systematic review and meta-analysis. Hong Kong Physiother J. 2026. doi:10.1142/S1013702526500046 (PMID 42016044) [meta-analyse]